Overlegvormen klein verband

Overleg ouders-klas

Op verzoek van ouders of de leerkracht kan een overlegmoment gepland worden, bijvoorbeeld om de tussentijdse evaluatie van de vorderingen te bespreken. Hiervoor kan een afspraak worden gemaakt. Dit overleg vindt altijd buiten lestijd plaats.

Uitwerken kerndoelen PP en evaluatie van deze doelen

Kerndoelen zijn doelen waaraan door meerdere disciplines - en vaak ook ouders - gewerkt wordt. Het opstellen van deze doelen vraagt uiteraard overleg en zo ook de evaluatie. De leerkracht, in de rol van zorgcoördinator, speelt hierbij een centrale rol.

Klein verband overleg

Wanneer er voor een leerling een bepaald traject loopt dat een frequente afstemming tussen de meest directe behandelaars en mogelijk ook ouders behoeft, bijvoorbeeld rondom de introductie van een nieuw communicatiemiddel of vanwege een specifieke pedagogische aanpak, dan wordt een aantal overlegmomenten georganiseerd. Vaak worden tijdens het multidisciplinair overleg hierover afspraken gemaakt.

Bespreking psychologisch onderzoek

Nadat psychologisch onderzoek heeft plaats gevonden worden de resultaten hiervan vastgelegd. Het verslag van het onderzoek wordt door de gedragskundige met ouders besproken. Na instemming van ouders wordt het verslag met leerkrachten en eventueel andere functionarissen besproken. Het psychologisch onderzoek kan zich richten op verschillende gebieden. Niet zelden worden de ouders uitgenodigd bij het onderzoek aanwezig te zijn.

Pre-advies m.b.t. arbeid

Voor alle leerlingen wordt enige jaren voordat ze de school verlaten een pré-advies m.b.t. arbeid opgesteld. Dit advies wordt opgesteld door de gedragskundige, afdelingsleider en adjunct-directeur. Uitgangspunt bij het opstellen van dit advies is de landelijk geldende ‘4 x 15 normering’. Deze vier normen zijn:

In 15 weken tijd kan de leerling minstens 2 verschillende arbeidsmatige handelingen aangeleerd worden.

De benodigde persoonlijke begeleiding (instructie, verzorging, begeleiding, transfers, hulp bij maaltijd, etc.) vergt niet meer dan 15% van de werktijd.

Per dagdeel kan de leerling minimaal een uur aaneengesloten werken.

Minimumprestatie is minstens 15% van een valide prestatie.

Het pré-advies kan luiden:

1. Arbeid is geïndiceerd.

2. Arbeidsmogelijkheden zijn twijfelachtig/niet helder.

3. Arbeid is niet geïndiceerd.

Het advies ‘arbeid is geïndiceerd’ zal leiden tot bepaalde arbeid na schoolverlaten. Dit advies wordt voor onze leerlingen vrijwel nooit gegeven. Het advies ‘arbeidsmogelijkheden zijn twijfelachtig/niet helder’ kan leiden tot een stage-, test- en observatieperiode. Wanneer het derde advies ‘arbeid is niet geïndiceerd’ aan de orde is, dan kunnen ouders hiermee rechtstreeks naar de Indicatiecommissie Zorg. De indicatie ‘Zorg’ wordt dan afgegeven, waarna de ex-leerling in aanmerking komt voor een plek op een dagbestedingscentrum. De pré-adviezen worden tijdens het Multidisciplinair Overleg besproken en overhandigd.